25 VIII. Rechtvaardigheid tot de liefde teruggekeerd

VIII. Rechtvaardigheid tot de liefde teruggekeerd
1. De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken. Maar wat jij achterhoudt kan Hij niet gebruiken, want zonder jouw bereidwilligheid kan Hij het niet van jou wegnemen. Want deed Hij dat wel, dan zou jij geloven dat Hij het jou tegen je wil ontwrongen heeft. En zo zou je niet leren dat het jouw wil is om er vrij van te zijn. Je hoeft het Hem niet volkomen gewillig te geven, want als je dat kon, zou je Hem niet nodig hebben. Maar dit heeft Hij nodig: dat jij er de voorkeur aan geeft dat Hij het neemt dan dat jij het alleen voor jezelf houdt, en erkent dat je niet weet wat het is dat niemand verlies brengt. Zoveel dient toegevoegd te worden aan het idee dat niemand kan verliezen opdat jij wint. Meer niet.

2. Dit is het enige principe dat voor verlossing nodig is. Ook is het niet noodzakelijk dat jouw geloof erin sterk en onwankelbaar is, en niet aangevallen wordt door alle overtuigingen die daaraan tegengesteld zijn. Jij kent geen vaste trouw. Bedenk echter wel dat verlossing niet nodig is voor wie is verlost. Je wordt niet opgeroepen iets te doen wat iemand die nog steeds tegen zichzelf verdeeld is, onmogelijk zou vinden. Heb weinig vertrouwen dat er wijsheid gevonden kan worden in een dergelijke staat van denken. Maar wees wel dankbaar dat jou slechts weinig vertrouwen wordt gevraagd. Wat anders dan een weinig vertrouwen blijft er over voor hen die nog steeds in zonde geloven? Wat zouden zij van de Hemel kunnen weten en van de rechtvaardigheid van hen die zijn verlost

Dit zijn de eerste twee alinea's van dit hoofdstuk. Christopher van Drie zei iets tegen mij wat ik eraan toe zou willen voegen: 'Deze gedachten aan de Heilige Geest geven en vragen om een wonder. Blijf open staan om hem te ontvangen, ga niet na een seconde de verbinding weer blokkeren!'